Door Marcel van Dam
Als de Ledenraad van de PvdA had bestaan uit arbeiders met een lage opleiding en een navenant inkomen was de verhoging van de AOW-leeftijd er niet doorgekomen.
Voor die categorie is 65 jaar al te hoog. Mensen in die groep gaan gemiddeld zeven jaar eerder dood dan hoger opgeleiden en leven zeventien jaar korter in goede gezondheid. Omdat laagopgeleiden al jong gaan werken, betalen ze veel langer AOW-premie en omdat ze veel korter leven, profiteren ze er veel korter van. Vanwege hun slechtere gezondheid, vanwege de aard van laagbetaald werk en vanwege de steeds hogere eisen die worden gesteld, is het ook niet verwonderlijk dat zij het eerste uitvallen. Omdat, met medewerking van de PvdA, de WAO als vangnet voor ze is afgeschaft, slepen vele duizenden zich iedere dag naar hun werk. Als de baas ze al in dienst houdt, moeten ze hun werk straks twee jaar langer doen of genoegen nemen met een lager pensioen. Vorig jaar was de daadwerkelijke arbeidsparticipatie van hogeropgeleiden volgens het CBS maar liefst 84 procent (alle leeftijdsgroepen). Van mensen met alleen basisonderwijs werkte niet meer dan 37 procent.
Nog groter
Ik ken geen cijfers van het opleidingsniveau van mensen die na hun 65 ste nog werken. Maar ik durf een lief bedrag te verwedden dat het verschil tussen laag- en hoogopgeleiden in die groep nog groter is. Want de meeste hoogopgeleiden werken voor hun plezier, ook na de pensionering. Voor de meeste laagopgeleiden is werken vooral op latere leeftijd een straf. Er was dus alle reden de AOW leeftijd niet te verhogen, maar afwijkingen onder en boven 65 mogelijk te maken. Wie het voorstel om de AOW-leeftijd te verhogen sociaal, eerlijk en solidair durft te noemen, kent deze feiten niet, of weet niet wat die woorden eigenlijk betekenen. In beide gevallen horen die mensen niet in de top van de PvdA thuis. Maar die is er van vergeven.
















